2 Schoolmaatschappelijk werk in de praktijk

Wat is schoolmaatschappelijk werk?

Schoolmaatschappelijk werk is een laagdrempelige, kortdurende en kosteloze voorziening in het PO/VO die stagnatie in de ontwikkeling van de leerling vroegtijdig kan signaleren en aanpakken. Het SMW is altijd op een vast tijdstip aanwezig in de school.  Wanneer een leerling vastloopt  op school, in de thuissituatie of in een stagnerende thuissituatie, heeft dat niet alleen invloed op de schoolprestaties, maar ook op de persoonlijke en sociale ontwikkeling. Door in een vroeg stadium leerlingen, ouder(s) en docenten te helpen en te ondersteunen, draagt het SMW op een positieve manier bij aan de ontwikkeling en het verbeteren van het functioneren van de leerling op school. De begeleiding van het SMW richt zich op degenen die invloed hebben op de (probleem) situatie. Dit  zijn, afhankelijk van de situatie, de ouders/verzorgers, leerkrachten/docenten en de (jeugd-)hulpverlening. De schoolmaatschappelijk werker vervult ook een brugfunctie tussen leerling, ouders/verzorgers, school en  lokale externe voorzieningen.

Concreet betekent dit dat de schoolmaatschappelijk werker signaleert, begeleidt, coördineert en toeleidt. Daarnaast voert zij regelmatig overleg met leerkrachten/docenten, intern begeleider/zorg coördinator, directeur, schoolcontact persoon van PPO, eventueel aanwezige orthopedagoog, jeugdverpleegkundige en de jeugdhulpverlening over leerlingen waarover zorgen bestaan of die extra zorg nodig hebben. SMW werkt in de lijn van preventief naar curatief.

Leerkrachten/docenten, maar ook ouders en leerlingen kunnen zelf contact zoeken met de schoolmaatschappelijk werker. Onderwerpen die aan de orde kunnen komen zijn: pesten of gepest worden, gebrek aan sociale vaardigheden, problemen in de thuissituatie of op school, gescheiden ouders, geweld, opvoeding, verwerken van verlies(rouw), gedragsproblemen, huiselijk geweld, verslaving, loverboy problematiek, seksueel grensoverschrijdend gedrag, financiële problematiek et cetera.

De gesprekken met ouders kunnen op school, op het kantoor van de schoolmaatschappelijk werker of bij de ouders thuis plaatsvinden. De gesprekken met leerlingen vinden doorgaans op school plaats.  Als de leerling zelf contact opneemt en het SMW en de leerling na het eerste gesprek verder wil met de hulpverlening, wordt  afhankelijk van de leeftijd van de leerling, eerst toestemming gevraagd aan de ouders. In gezamenlijk overleg wordt het doel bepaald; wat willen we bereiken en wie kan hier aan bijdragen?

 

Kerntaken van het schoolmaatschappelijk werk

De schoolmaatschappelijk werker heeft vanuit haar rol en positie de volgende taken:

1. Schoolondersteuning

  •  SMW ondersteunt bij  het versterken van het primaire proces en het behalen van de gestelde onderwijsdoelen. De ontwikkeling en leerprestaties van leerlingen staan centraal.
  • Coachen van leerkrachten/docenten, mentoren en overige onderwijsondersteuners bij het signaleren en herkennen van psychosociale-  en gedragsproblemen en mogelijke (verstandelijke) beperkingen bij leerlingen.
  • In overleg met de school en passend in het profiel van de school, ondersteuning  bieden aan leerkrachten/docenten, mentoren en overige onderwijsondersteuners in de begeleiding  van leerlingen en/of ouders/verzorgers, zoals het voeren van oplossingsgerichte gesprekken en signaleren en bespreken van achterliggende problematiek, onder andere door het verzorgen van trainingen voor  leerkrachten/docenten.
  • Een koppeling maken van de aanpak van gedragsproblemen en groepsdynamiek naar de les/klassen en/of situatie.
  • Signaleren van veel voorkomende problematiek en deze bespreken met schooldirecties en managers van de eigen instelling, en zo nodig meedenken en meewerken aan beleidsvoorbereiding/beleidsverandering.
  • In overleg met de school en passend in het profiel van de school het voortouw nemen in het ontwikkelen en uitvoeren van voorlichtings- en preventieactiviteiten aan leerlingen, ouders/verzorgers, het onderwijsteam en zo nodig ketenpartners, om problemen vroegtijdig te onderkennen en escalaties te voorkomen.
  • Ondersteunen van  de school in het geven van de noodzakelijke zorg,  zoals het meehelpen vormgeven van de (interne) ondersteuningsstructuur, participeren in interne zorgteams en/of het OZO/SOT en  het verbeteren van de kwaliteit van de zorg.

2. Kortdurende hulpverlening aan leerlingen en/of ouders/verzorgers

  • Leerlingen en/of ouders  helpen en ondersteunen bij vragen over opgroeien  en opvoeden, onder meer door het bieden van korte hulpverleningstrajecten en het geven van consult en informatie en advies.
  • Op verzoek van school het verzorgen  van een groepsgericht aanbod voor leerlingen en/of ouder(s), vaak door het geven  informatie-, vaardigheidstrainingen en/of het organiseren van ondersteuningsbijeenkomsten.

3. Toeleiding naar externe zorg/ondersteuning

  • Toeleiden naar het wijkteam en/of bijdragen aan de voorbereiding van (extra) zorgaanvragen buiten de school, waaronder overdracht, terugkoppeling en evaluatie,  en actief contact hierover houden met het wijkteam, leerlingen en ouders/verzorgers.
  • In samenwerking met alle betrokkenen zorgen voor aansluiting en afstemming van de ingezette hulpverlening op het onderwijsleerproces van de leerling.
  • Indien nodig en waar mogelijk zorgen voor een warme overdracht van VVE-peuterspeelzaal en nul groepen naar het PO, het PO naar het VO en van het VO naar het MBO.
  • Samenwerken met het informele wijknetwerk, zoals buren, familie, vriendenvrijwilligers, kerk en moskee, sportverengingen en dergelijke.
  • Samenwerken met het professionele wijknetwerk, zoals Vraagwijzer, CJG, huisarts, wijkteam, PPO Rotterdam et cetera, waarin het SMW vooral een brugfunctie vervult tussen de school en de (gespecialiseerde) zorg buiten de school.
  • Ontwikkelingen signaleren die betrekking hebben op lacunes, overlap en gebrek aan afstemming in de jeugdhulpverleningsketen en deze oppakken door de signalen op de juiste plaats neer te leggen.

Competenties en kennis van de schoolmaatschappelijk werker

De diversiteit in het onderwijs en typen leerlingen is groot. Elke leeftijdsgroep maakt een eigen ontwikkelingsfase door en kent specifieke kenmerken in de lichamelijke, sociale en emotionele ontwikkeling. Veel gedrag van leerlingen hoort bij de ontwikkelingsfase waarin ze zitten. Soms zijn er echter meer problemen. Door verschil in ontwikkelingsfasen en de meer specifieke  problemen van leerlingen, wordt van de SMW-er een steeds andere benaderingswijze en aanpak gevraagd.

De focus van de SMW-er is daarbij gericht op de zelfredzaamheid van de leerling en/of zijn context. Niet alleen de problemen, maar de eigen kracht en mogelijkheden staan centraal.

De SMW-er heeft de Hbo-opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (of vergelijkbare

opleiding) met goed gevolg afgerond en gaat in haar werkwijze uit van kortdurende hulpverlening.  Een vertrouwenssituatie opbouwen is in alle hulpverleningssituaties heel belangrijk.

De schoolmaatschappelijk werker: 

  • Heeft kennis van uiteenlopende sociaal-emotionele en psychosociale problematiek en beschikt over vaardigheden om die problematiek tijdig te signaleren en te analyseren.;
  • Heeft kennis van ontwikkelingspsychologie en basiskennis van psychopathologie;
  • Beschikt over pedagogische kennis en vaardigheden;
  • Heeft kennis van de psychosociale ontwikkeling en het leeftijdsadequaat functioneren van leerlingen en over gezinsproblematiek in relatie tot het functioneren van leerlingen op school;
  • Heeft kennis van de (ingrijpende) gevolgen van de puberteit op het gedrag van leerlingen, de adolescentieproblematiek en van (gedrags)stoornissen;
  • Heeft kennis van en inzicht in factoren die bepalend zijn voor het ontstaan van psychosociale- en gedrags problemen;
  • Heeft kennis van gezinssystemen en de interactie tussen jeugdigigen en hun ouders/verzorgers:
  • Heeft kennis van mogelijke (multi)culturele en religieuze aspecten die een rol in de problematiek kunnen spelen;
  • Heeft kennis van hulpverleningsmethoden en –technieken, en van hulpverlenings- mogelijkheden en kan deze toepassen, zoals:  probleemverheldering, vergroten van inzicht, opvoedingsondersteuning, Eigen kracht methode, outreachend werken, aanbieden van gedragsalternatieven, kortdurende hulpverlening, context en oplossingsgericht werken, crisisinterventie, coördinatie van crisishulpverlening en bemiddelingsvaardigheden;
  • Is cultuursensitief en  beschikt over interculturele communicatieve vaardigheden;
  • Kan de taxatie instrumenten Ernsttaxatiemodel (ETM) en Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK) toepassen alsmede de vraaganalyse;
  • Kan werken volgens het concept 1 gezin 1 plan 1 regisseur;
  • Heeft inzicht in de taakstelling, organisatie en werkwijze van de school, de interne en externe ondersteuningsstructuur, de sociale kaart in de regio en kent het voorbereidingstraject voor verwijzing naar externe hulp;
  • Beschikt over vaardigheden om de ondersteuningsstructuur op de school nader vorm te geven en het  schoolklimaat zo nodig te verbeteren;
  • Heeft het vermogen zich in te leven en te communiceren in verschillende schoolculturen;
  • Heeft de vaardigheid om vanuit een intermediaire positie samen te werken en strategisch te handelen;
  • Kan creatief meedenken met de school over informatie,- voorlichting- en preventieactiviteiten,  en waar nodig meehelpen bij de organisatie en uitvoering;
  • Beschikt over kennis en vaardigheden voor het ondersteunen van leerkrachten/docenten met informatie en consultatie;
  • Kan toeleiden op een zorgvuldige manier realiseren en de regie voeren bij de overdracht en terugkoppeling van gegevens naar het wijkteam;
  • Heeft kennis van registratie- en rapportagetechnieken en kan deze toepassen.

Een uitgebreide omschrijving van de taken en de kwalificaties voor de schoolmaatschappelijk werker is te vinden in het Competentieprofiel Schoolmaatschappelijk Werker van de NVMW, juli 2008.

 

Heeft u vragen?

Stel ze via ons formulier